donderdag 2 juni 2011

Vrienden van de Heer


Het  thema van de retraite die ik afgelopen dagen heb meegemaakt met mijn collega's was 'Vrienden van de Heer'. Mijn voormalige rector gaf de retraite. De opkomst was zelfs hoog te noemen. Zelfs de bisschop en de hulpbisschoppen waren voor een deel aanwezig. Het is vast heel fout dat ik hardop zeg dat ik het heel prettig vond onder broeders en ambtgenoten te zijn. Het boordje is weer helemaal in de mode. Ik beperk mij tot semi-clergy. Zwarte kleding met een grijs T-shirt onder mijn overhemd. Ik vind het zelf wel een mooie combinatie van bij mijn traditie te horen en gelijk gekleed te zijn in de kleuren die anarchistisch geneigde mensen graag dragen. Bij die combinatie voel ik mij wonderwel thuis. Ik ervaar er de absolute vrijheid die de Heer ons schonk erin.

Het is bijzonder aangenaam om broederlijk het getijdengebed te bidden. Het klonk zo mooi unisono in de fraaie kapel van de zusters waar we te gast waren. Zij trokken zich discreet terug als wij er de getijden zongen.
Het zijn ook wel heel verschillende energieën. Vrouwen die de getijden zingen, zingen heel ijl en broos. Je durft als man niet eens mee te zingen. Maar nu was de kapel gevuld met 32 mannen die baden en zongen dat het een lieve lust was. Wat zingen al niet doet. Zo'n gebeuren versterkt de groepsband enorm en geeft je of je wilt of niet een stevige bevestiging. De kerk is wat dat betreft uitstekend op de hoogte hoe je deze dingen moet aanpakken.

Het had overigens iets heel kloosterlijks, want de meesten van ons werken juist vaak heel solitair. Voor mij, die toch heel monastiek gevormd ben, was het een weldaad in deze energie opgenomen te worden. Behalve dit gevoel van bevestiging door het samenzijn werd ik me er ook erg bewust van dat het goed is samen geloof te delen en elkaar daarbinnen te ervaren. Ik was me ineens bewust dat ik niet de enige ben, maar dat ik deel uitmaak van een traditie, dat ik niet op mijn eentje gelovig zit te wezen. Ik ervoer erdoor ineens gemeenschap en dat het goed is je binnen een traditie te bewegen.

Ik merkte door de retraite dat ik veel katholieker ben dan ik zelf meen en goed mee kan komen in de leer, in de symboliek en rituelen. De traditie biedt eigenlijk mooie gelegenheden voor het stimuleren van gemeenschapszin en om in een spiritualiteitsbeleving te voorzien die ruimte biedt voor contemplatie en mystiek. Helaas in onze samenleving niet veel gezochte kwaliteiten, maar ook niet binnenkerkelijk, sinds de kerk vooral uit doeners is gaan bestaan. Martha's genoeg, het wordt weer tijd voor Maria's! Het kan ook niet anders dan dat we als traditie zo een marginale plaats en functie krijgen in onze samenleving.

Wat me het meest opviel was de bereidheid om samen dingen te doen, een gemeenschappelijk spreken erover te hanteren zonder erbij de ervaring te expliciteren. Iedere keer als de inleider sprak over onze vriendschap met de Heer kreeg ik de indruk dat veel collega's zich er eigenlijk geen voorstelling van kunnen maken wat die vriendschap eigenlijk inhoudt, laat staan dat ze die ervaarden. Dat bleek mijns inziens ook bij het slotgesprek. Niet dat men iets faked maar men heeft de woorden niet of is niet in staat die gevoelens te verwoorden. Daar zijn mannen toch al niet sterk in, laat staan dat ze lyrisch zouden worden over hun vriendschap met de Heer. Door deze betiteling: vriendschap-Heer is er eigenlijk al een soort afstand geschapen en dat maakt misschien het verwoorden ook niet eenvoudig.

Ik vond het thema wèl aansprekend. Ik ervaar mijn relatie met Christus als een intieme en diep bevestigende relatie. Die verschuiving in het Johannesevangelie van dienaars naar vrienden maakte grote indruk op mij. Het bracht mij erop mijn roeping niet langer te zien als iets dat moet, gevoed door jarenlang werkzaam te zijn geweest in dienstverlenende beroepen, maar als vriendendienst. Iets wat je doet omdat je vrienden bent. Ik ervaar dat werkzaam zijn met een veel liefdevollere kwaliteit.

Toch blijft Christus wel Heer. Zijn Heer-zijn sluit voor mij de intimiteit en de vriendschap niet uit. Ik zou mijn band zelfs wel als liefdesband willen omschrijven, zoals ik onder mijn mystieke tekening heb staan: 'in vinculum caritatis' , in de banden der liefde. Ik blijf mijn Geliefde 'Heer' noemen omdat Hij zoveel meer is dan ik, ja, mij geheel omvat. De laatste dag van de retraite klonk ook de tekst uit de Handelingen: 'in Hem zijn wij, leven wij en hebben wij ons bestaan'. Deze Eenheid met Christus is een eenheid in de Geest, een Geestelijk Eén zijn, waarin je met je kostbare lichaam en je ego doordrongen raakt van onvoorwaardelijke liefde. Verrukkelijker kan haast niet!


Omdat ervaren niet werd geëxpliciteerd en er ook geen oefeningen waren, uitwisseling of experimenten vond ik het geheel wat vlak. Ik was daarom blij dat ik Richard Rohr's boekje bij mij had: 'The naked now' , Learning to see as the mystics see. Dat gaat precies over de dingen zoals ik ze ook ervaar. Ik sta geloof ik zelfs op dezelfde manier in de dialoog met andere religies en ervaar dezelfde vreugde eraan. Zo vind je toch steeds maar weer de bevestiging van de weg die je wilt gaan en die zich innerlijk reeds heeft afgetekend.

Wat ik vaak als manco ervaar bij gelovigen geldt ook wel mijn collega's. Eigenlijk mis ik voortdurend de mystieke dimensie. Karl Rahner heeft echt heel erg gelijk als hij zegt dat we mystici moeten worden (we zijn het al, maar dat weet je pas achteraf!), anders bloedt de Kerk leeg. Dan is het echt 'De nieuwe kleren van de keizer'. De pompa is de moeite waard, maar als het verwordt tot een soort religieuze folklore dan is het gedoemd te verdwijnen. Dan kan het in zijn geheel wel naar een religieus museum. Die zijn er al genoeg trouwens en die zouden voor ons waarschuwingstekens moeten zijn.

De overweging over het kruis bracht mij ook weer tot nieuwe inzichten. In mijn jeugdjaren was het echt een teken van troost. Het symboliseerde het lijden, het rouwproces om het verlies van een vader, maar maakte ook een nieuwe Aanwezigheid mogelijk. Ik adoreerde het werkelijk. Ik kocht mijn eerste crucifix stiekum in een zaakje met religieuze artikelen in de uitverkoop. Toen mijn moeder het ontdekte raakte ze helemaal in paniek. Nu ik er aan terugdenk moet ze het heel moeilijk gevonden hebben zo'n katholieke zoon te hebben...dat was echt niet normaal. Nee, zeker niet. Ik houd het er maar op dat ik een natuurtalent ben. Misschien is het uit een vorig leven, zoals de rabbijnen zeiden van S. toen hij Joods wilde worden en die nu een rabbijnenstudie volgt. Ik vind reïncarnatie nu niet meer interessant,  maar wie weet!

Tijdens mijn studiejaren heb ik het kruis verfoeid. Het heeft jarenlang niet in mijn kamer gehangen en heb er heel wat weggegeven. Het leek toen wel zwaar op mij te drukken. Ik wilde het lijden voorbij, maar besef achteraf dat ik door het verwerpen ervan mijn verrijzenis behoorlijk heb uitgesteld. Het kruis is voor mij nu een teken van total-acceptance. Werkelijk in alle naaktheid en helemaal open voor het leven en het lijden openstaan, om dan op de bodem van je ziel God te ontmoeten die pure liefde is en je doet verrijzen aan de dood voorbij. Je kwetsuren door het leven geslagen raak je nooit meer kwijt. Je blijft getekend. Maar je zult ook verrijzen in Hem. Dat is de kracht van de Opstanding.

Door het boek van Charles Vergeer ben ik nog beter gaan begrijpen dat dit de boodschap is van Markus in zijn Evangelie. Je bent als het ware een rijke jongeling. Je wilt de Heer best volgen, maar durft niets los te laten. De Heer ziet je liefdevol aan. Dan leer je Hem volgen. In die navolging verlies je je kleding en vlucht naakt weg. Nu heb je alles opgegeven. Door met Hem gekruisigd te worden krijg je ook deel aan Zijn Opstanding. Het graf is leeg. De Heer is als het ware opgestaan in je  net zoals in de jongeling, met zijn doopkleed aan, die deze boodschap geeft aan de vrouwen bij het graf. Alleen in dit licht heeft het kruis betekenis.

Zo begrijp ik ook de titel 'compassion' bij het crucifix dat ik in de kamer heb hangen. Het beeldt Christus aan het kruis uit met terzijde Johannes en Maria. We zijn elkander gegeven in tijden van lijden om samen Opstanding te beleven. Bij dit kruis denk ik altijd wie heeft compassie met wie? Johannes heeft compassie met zijn Heer en met Maria, Maria met haar Zoon en zijn geliefde leerling Johannes, Christus met zijn Moeder en zijn geliefde leerling. Door Hem worden Maria en Johannes (en wij) familie van elkaar. Rohr zegt zo mooi in zijn boek dat Jezus ons leerde God te vinden in disorder and imperfection - and told us that we must do the same or we would never be content on this earth. This is what makes Jesus so counterintuitive to most eras and cultures, and why most never perceived the great good news in this utter shift of consciousness.


Een tijdlang gaf ik de voorkeur aan de opvatting en de uitwerking van het lijden zoals Boeddha dat presenteerde. Maar ik ben het heftige, vreselijke, uitzichtloze van het lijden erin gaan missen. Net zoals in de Advaita Vedanta, dat me ook dierbaar is. Maar in die visies wordt lijden iets esthetisch naar mijn smaak. Het is droom, illusie. Uiteindelijk kan ik wel met dit standpunt instemmen maar het neemt het absurde van het lijden niet weg en het surplus aan lijden. We moeten het wel aanzien. Ik ben er nog niet uit of Boeddha's Verlichting ons idee van Opstanding is. Maar Boeddha werd niet vervolgd en vermoord.


Met veel respect denk ik terug aan mijn bezoek aan Taizé. Op iedere vrijdagavond wordt een levensgroot kruisicoon op de grond gelegd. Iedereen mag hoe dan ook naar dat kruis toekomen en er bij neerleggen wat men wil. Ik kon mijn eigen tranen niet bedwingen. In één grote stroom zag ik het leed en verdriet van zoveel mensen voorbij komen. Vooral jongeren. Zo indrukwekkend wat ik voor mijn neus zag gebeuren! Na een lange tijd was ik ook aan de beurt en voelde me temidden van al die anderen drager van elkanders lasten. Een hart vol compassie.
Ik zou wensen dat we weer zo Goede Vrijdag zouden vieren. In plaats van een klein met bloemen versierd kruishout zonder corpus, waar we risicoloos een bloempje bij neerleggen of een lichtje aansteken. Nee, Goede Vrijdag moet rauw en unverfroren gevierd. Het lijden is verschrikkelijk, maar door Christus is het perspectief erop veranderd. Daarom is Hij Verlosser.  

Pas een paar jaar ben ik in staat zelf zonder weerstand en vooroordeel de kruisweg mee te bidden. Toen pas begreep ik wat mensen erin ervaren. Dankzij Franciscus zou ik willen zeggen, die de kruisweg heeft gepropageerd en in zijn lichaam de kruiswonden droeg. Als een alter Christus heeft Franciscus geleerd het lijden serieus te nemen en compassie te ontwikkelen. Zo werd voor hem de dood zuster dood, waardoor je wordt geboren voor het eeuwig leven.

Er is veel weerstand in onze samenleving tegen het kruis, tegen lijden, ongemak, eenzaamheid etc. De maakbaarheid van onze samenleving speelt ons parten. Je hoeft niet meer te lijden. Nee, inderdaad je hoeft niet nodeloos te lijden. Nee, niet nodeloos. Maar lijden blijft. What you resist, persists! 

Het neemt overigens niet weg dat we als christen met vrucht gebruik kunnen maken van de meditatietechnieken die het Boeddhisme ons aanreikt. Een werkelijke verrijking van onze eigen methoden en het verduidelijkt ook veel.
Overigens geldt dat ook voor de dynamische meditatietechnieken van Osho, die ik zelf met vrucht heb gedaan in een crisistijd en me er bovenop heeft geholpen. Er was helaas niemand die me dit kon verduidelijken in het licht van mijn eigen traditie. Dat kan ik nu gelukkig zelf. Je moet het leren herkennen, dan wordt het een feest jezelf terug te vinden in de Schrift en in de door de traditie meegegeven rituelen.

Wellicht dat ik zo ook ooit stille aanbidding kan waarderen. Een abt zei me ooit dat Brood er is om te eten, niet om te aanbidden. Maar nu we in de retraite toch iedere avond aanbidding hadden, ingebed in de dagsluiting, nam ik er met steeds groter genoegen aan deel.

Het gaat in de Karmelitaanse spiritualiteit om Heilig Nietsdoen met liefdevolle aandacht. Het gaat erom dat objectloos te doen. God laat zich niet objectiveren. God overstijgt dat. Uiteindelijk moet je ook het idee van liefdevolle aandacht loslaten.
Maar de monstrans met dat mooie ronde Symbool is een goede hulp te blijven nietsdoen. Het doet me denken aan de in de Middeleeuwen veel gebruikte spreuk, die oorspronkelijk van Plotinus of Proclus is: God is het middelpunt van het Heelal dat nergens is, en wiens omtrek overal is.


In het slotgesprek werden mooie verhalen gedeeld. Jammer dat de gespreksleider niet in staat was de groep als groep aan de praat te krijgen. Ik voelde gewoon de nood van allerlei mensen toch eens hun verhaal te mogen doen en daarin bevestiging te vinden.
Ik had gehoopt dat iemand zou zeggen dat hij helemaal geen vriendschap ervaart met Christus. Maar hoe open waren we samen? Ik zou zo graag onderling de zaak  eens echt openleggen en zicht krijgen op wat echt leeft bij priesters. Er wordt van alles verondersteld, maar is het ook zo?
Wanneer wij al niet radicaal open durven te zijn over ons geloofsbeleven, wat kun je dan van je medegelovigen verwachten, die zo graag leiding willen, maar niet krijgen?

Ik vind de Kerk echt in een diepe crisis. Geen wonder dat de samenleving er maar weinig in ziet. Ook de jongste priesters zien wel de problemen in onze voornamelijk seniorenkerk, maar weten het ook niet.
Misschien toch leren mediteren en contempleren. Dan heb je in ieder geval een innerlijk ijkpunt. Dan leef je in ieder geval gecentreerd en ben je niet de speelbal van je gemeenschap, die het onmogelijke van je eisen.


Maar goed, mijn taak als geestelijk begeleider werd zowaar gewaardeerd.
Ik doe maar wat ik kan als vriendendienst, uit vriendschap voor de Heer.
Ach, eigenlijk kun je toch niet anders dan van mensen houden!
We zijn allemaal vrienden van de Heer, ook al weet je het zelf niet.
Johannes de Evangelist hield ooit de kortste preek:
Heb lief!
Zo is het, amen!